Piet Zwart is een bekend Nederlands ontwerper en architect die zich als eerste heeft toegelegd
op het ontwerpen van een keuken die men in grote aantallen zou kunnen produceren. Deze keuken
bestond uit standaard onderdelen die zeer eenvoudig konden vervaardigd worden door machines.
Dankzij het sterk vereenvoudigde montagesysteem kon de klant zelf kiezen hoe de keuken moest
gemonteerd worden. Het was het eerste type van keuken waarbij de klant dus zelf kon bepalen hoe
de keuken er uiteindelijk uit moest zien.
Na 3 jaar van uitvoerig testen werd de keuken van Piet Zwart in productie genomen. Deze zou
later bekend worden als de Bruynzeel keuken. Piet Zwart engageerde zich tevens om de apparatuur
van bij de start van het ontwerp integraal deel te laten uitmaken van de keuken. Dankzij deze
revolutionaire gedachte was het plots mogelijk om een volledige keuken kant en klaar te bestellen.
Piet Zwart hechtte ook een grote waarde aan de uitstraling van de keuken in combinatie met
ergonomie en gebruiksgemak.
Bruynzeel startte dan in 1937 met het produceren van de keuken van Piet Zwart. Deze succesformule
heeft er voor gezorgd dat Bruynzeel momenteel een van de martkleiders is op het gebied van
keukens en men kan talloze verkoopzalen en servicepunten van Bruynzeel vinden verspreid over
het hele land. Deze sterke basis is mede verantwoordelijk voor de stijgende populariteit van
de keukens van Bruynzeel.
De filosofie van Piet Zwart is tot op heden voor Bruynzeel een leidraad die men nog steeds
opvolgt. Men zal alleen maar gebruik maken van kwaliteitsvolle materialen en het personeel zal
u met raad en daad bijstaan om samen met u uw droomkeuken te realiseren. Uiteraard hebben
sinds de keuken van Piet Zwart in 1937 nog andere topontwerpers samen gewerkt met Bruynzeel.
Dit heeft als gevolg gehad dat het eerste ontwerp steeds verder geperfectioneerd werd en de
ergonomie en bruikbaarheid steeds verder geperfectioneerd.
Bruynzeel is reeds zeer lang actief in de keukenbranche en heeft daardoor een zeer grote ervaring
op keukengebied. Dit heeft tot gevolg dat een Bruynzeel keuken het toonbeeld is van
duurzaamheid waardoor deze het kwaliteitscertificaat ISO 9001 hebben gekregen. Danzij deze
hoge kwaliteit kan Bruynzeel 10 jaar garantie geven op alle keukenmodellen. Het is bij Bruynzeel
ook mogelijk om een nieuwe keuken aan te kopen en om hierbij gebruik te maken van een
gespreide betaling.
Piet Zwart heeft vele jaren terug de basis gelegd voor de hedendaagse keukenindustrie.
Talloze fabrikanten maken hiervan dankbaar gebruik en hebben dit ontwerp verder uitgewerkt
waardoor consumenten tegenwoordig volledig vrij zijn in het samenstellen van hun keuken.
Een keuken uit de jaren 30 heeft een aantal stijlkenmerken die typerend zijn voor deze periode.
Tegen het eind van de jaren 20 onderging de keuken een transformatie. Ze evolueerde van de
personeelskeuken zoals men deze kon terugvinden in grote landhuizen, naar een keuken waar
elke huisvrouw zich in thuis moest voelen. De jaren 30 kende de introductie van de keuken voor
ieder budget.
Als vloerbedekking gebruikte men in de jaren 30 hoofdzakelijk linolium voor in de keuken. Het
was (en is dit nog steeds) een goedkoop product dat weinig onderhoud nodig heeft. Het grootste
nadeel is uiteraard de beperkte levensduur. Het linolium had een bruine egale kleur die
voorzien was van een subtiel patroon zodat een vuile vloer veel minder opviel. Men had bewust voor
deze kleur gekozen omdat deze het minste onderhoud nodig had. De duurdere linolium kon men
krijgen met het typische patroon van vierkante tegels in wit en zwart.
In een jaren 30 keuken werden haast nooit tegels gebruikt omdat dit veel te duur was. De muur
achter de spoelbak beschermde men dan door deze te bekleden met een stuk linolium. De rijkere
gezinnen gebruikte dan weer wel tegels om een spatwand te maken achter spoelbak en fornuis.
Deze tegels waren meestal cremekleurig.
Wanneer men geen tegels gebruikte werden de muren geverfd met een verf op basis van olie
omwille van de waterafstotende eigenschappen. Vele keukens uit de jaren 30 werden ook behangen.
Het behangpapier werd nadien voorzien van een laag vernis. Kenmerkend voor deze periode is het
behangpapier met tegelpatroon. Ook pastelkleuren zoals creme, groen, zacht grijs, en blauw werden
dikwijls gebruikt.
Het plafond werd afgewerkt met een laag glanzende verf. Dit had wel als nadeel dat condensatie
niet weg kon en er zich druppels vomden op het plafond die naar beneden vielen, of opdroogde
waardoor na verloop van tijd het plafond kringen vertoonde. Soms gebruikte men ook kalk om het
plafond mee af te werken omdat dit de condensatie tegenging. Het nadeel was dat de kalklaag na
slechts enkele maanden reeds barsten begon te vertonen. Soms vielen er hele stukken kalk naar
beneden. Om dit tegen te gaan werd het plafond eerst behangen en werd er hierover een laag kalk
aangebracht. Dit zorgde voor een betere hechting waardoor de kalk veel langer aan het plafond
bleef hangen.
Het was zeer belangrijk dat de huisvrouw voldoende licht ter beschikking had tijdens het koken.
Het fornuis kreeg daarom een plaats kort bij het raam. Wie het zich kon permitteren, maakte
gebruik van elektrische verlichting in de keuken.
Tegenwoordig heeft elke keuken warm water. In de jaren 30 was dit echter niet zo vanzelfsprekend.
Men moest gebruik maken van een boiler die gestookt werd met kolen. Deze zorgde dan voor de
verwarming van de keuken. Er liep dan een koperen leiding van de boiler naar de spoelbak. Het
water was dikwijls zeer heet waardoor vele mensen brandwonden opliepen. De boiler werd eveneens
gebruikt om keukenafval te verbranden.
In de jaren 30 was de koelkast zeer klein omdat de meeste voedingswaren steeds vers verkrijgbaar
waren bij lokale handelaars. Ook konden veel mensen in hun eigen voeding voorzien door
zelf groenten te kweken of door zelf dieren te slachten. Een koelkast met een inhoud van
slechts 30 liter (wat toen de standaard inhoud was) had een heftig prijskaartje van een
gemiddeld maandloon. De verkoop van koelkasten kende tegen het einde van de jaren 30 een
ware explosie ten gevolge de strengere wetgeving inzake het gebruik van bewaarmiddellen in voeding.
Het fornuis werkte op gas (of kolen voor wie geen gas ter beschikking had). Gas was overvloedig
leverbaar, had een lage prijs, en gaf een propere verbranding. Het aantal branders varieerde
van 2 tot 4 en ze waren traploos regelbaar. De duurdere modellen waren voorzien van een oven
met thermostaat zodat de temperatuur min of meer constant bleef. De binnenkant van de oven
en de buitenkant van het fornuis waren voorzien van een laag Enamel waardoor deze eenvoudig
te reinigen waren. Het typische jaren 30 fornuis was voorzien van poten waardoor de oven
beter te bereiken was en het eenvoudiger was om onder het fornuis te kuisen.